Ruiterbewijs

Voor veilig en verantwoord buitenrijden.

Het Ruiterbewijs is voor ruiters wat het rijbewijs is voor automobilisten.
Door het behalen van het Ruiterbewijs draag je bij aan een veiliger beoefening van de paardensport en de versterking van de positie van de recreatieve paardensport in Nederland.

Het Ruiterbewijs houdt in dat de ruiter:

  • kennis en vaardigheid heeft om veilig in het terrein en op de openbare weg te rijden
  • verantwoord kan omgaan met het paard
  • zich als gast in het terrein weet te gedragen
  • weet dat aan anderen geen last of schade mag worden toegebracht
  • Het Ruiterbewijs is erkend door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit.

De vaardigheden worden getoetst met een theoretisch en praktisch examen:

Het theorie-examen bestaat uit 35 meerkeuzevragen waarvan de kandidaat er tenminste 28 goed moet beantwoorden om te slagen.

Het praktijkexamen bestaat uit 2 delen. Eerst wordt er een rijproef afgelegd op een buitenterrein van bij voorkeur 3000 m². De kandidaten moeten de voorgeschreven verrichtingen laten zien, zoals correct op- en afstijgen, been van het paard optillen, stap, draf (lichtrijden en doorzitten), galop (individueel en in de groep) draven zonder beugels, rijden met een hand, verlichte zit, enkele sprongen vanuit galop over een oxer van ca. 50 cm breed en 60 cm hoog en obstakeloefeningen. Voor de exacte eisen kijk bij downloads.

Wanneer de kandidaat dit met goed gevolg heeft afgelegd, volgt de rit over de openbare weg, waarbij het gedrag van de kandidaat in verkeerssituaties getest wordt. In de route moeten diverse verkeerssituaties voorkomen, zoals weg en kruispunt oversteken, stilstaan, afslaan, toepassen verkeersregels, inschatten situaties e.d.