Harnachement

Al het tuig dat je bij een paard gebruikt, wordt harnachement genoemd.

Natuurlijk ken je het hoofdstel en het zadel. Deze worden meestal van leer gemaakt, maar tegenwoordig zijn er ook kunststof materialen. Deze zijn veel lichter, en makkelijk schoon te houden.

Voor alle tuig geldt: het moet goed passen en het moet goed onderhouden worden.

Voor optimaal onderhoud maak je alles regelmatig schoon met zadelzeep. Maak alle riemen en gespen los. Vervolgens kun je alles behandelen met ledercreme – balsem – olie of conditioner.  Heb je een modderige buitenrit, of een crosstraining gehad, dan maak je het uiteraard meteen schoon met een zachte doek of borstel. Controleer ook regelmatig de naden, stiksels, singelstoten en je veiligheidshaak. Dat is de haak waar je beugelriem aanhangt, en die moet kunnen openschieten als je valt. Anders zou je mogelijk meegesleurd kunnen worden.

Daarnaast heb je diverse types neusriemen, ieder met een specifieke werking.

Basisprincipe is: zorg dat de neusriem niet te hoog/laag maar vooral niet te strak zit.

Ook teugels zijn er in verschillende uitvoeringen: dressuurteugels moeten helemaal glad zijn, maar om buiten te rijden is dat juist niet fijn, als ze nat worden glijden ze makkelijk door je handen. Zorg dus voor een teugel met voldoende grip, zoals een springteugel of een rubber teugel.

Hulpteugels zijn bij het Ruiterbewijsexamen niet toegestaan. Logisch ook, want ze dwingen je paard in een bepaalde positie met zijn hoofd, niet echt diervriendelijk.

Alleen de losse martingaal is toegestaan.

Bitloos

Het is wel toegestaan bitloos te rijden tijdens het examen. Er zijn verschillende soorten bitloze optomingen, maar een hackamore en een bosal zijn niet toegestaan. Die werken namelijk nogal fors in op de paardenneus.

Zadel

Ook hier een enorme keuze: dressuur, springen, veelzijdigheid, boomloos, western. Voornaamste is dat het goed past op je paard –  zodat hij geen drukplekken of pijn krijgt, dat het goed onderhouden en veilig is – je wilt niet dat je beugelriem breekt. 

Natuurlijk wil je zelf ook comfortabel zitten, zeker als je lange ritten maakt. 

Het zadel moet stabiel op de paardenrug liggen, en de wervelkolom vrij houden. Maar ook de schoft en het schouderblad moeten volledig vrij liggen. Het diepste punt van het zadel moet in het midden liggen. De singel ligt tenminste een handbreedte achter het voorbeen. Merk je dat je paard een hekel krijgt aan het opzadelen, aansingelen of opstijgen, controleer dan of je zadel nog wel goed ligt en geen drukplekken veroorzaakt. Controle door een zadelpasser van tijd tot tijd is geen overbodige luxe.

Sjabrakken en meer

Een sjabrak beschermt het zadel tegen zweet en vuil. Zorg wel dat je sjabrak droog en schoon is en was het regelmatig. Je sjabrak moet een goede pasvorm hebben, en bevestigingsmogelijkheid, zodat het niet gaat schuiven als je aan het rijden bent.

Er is een enorm aanbod aan onderleggers, pads, bontjes voor onder en op je zadel verkrijgbaar. Nogmaals: zorg dat je zadel goed past.

Singels

Natuurlijk zijn er ook diverse singels. Je singel moet in ieder geval breed genoeg zijn, zodat de druk wordt verdeeld. Zorg ook dat je singel schoon is, en dat de huid onder de singel schoon en gladgetrokken is, zodat er geen schuurplek ontstaat.

Ook singels zijn verkrijgbaar in diverse materialen, leer, kunststof, met bont omkleed en met elastische inzetten, zodat je niet te strak aansingelt.

Stijgbeugels

De stijgbeugel moet breed genoeg zijn, om te voorkomen dat je voet blijft haken als je valt. Rubber zooltjes zorgen ervoor dat je meer grip hebt. Er zijn ook speciale extra brede beugels, met opstaande metalen puntjes, om glijden te voorkomen.

En uiteraard beugels met een elastiek of ander veiligheidsmechanisme die voorkomen dat je meegesleurd wordt.

Beenbeschermers

Sommige paarden verwonden zichzelf, vooral als ze moe worden of een afwijkende beenstand of gang hebben. Dan kan het raadzaam zijn beenbeschermers te gebruiken.

Let wel op dat zand schuurplekken kan veroorzaken.

Gebruik geen bandages tijdens een buitenrit: ze kunnen het paardenbeen afknellen, het been kan de warmte niet kwijt en ze kunnen losraken.

Nog even over je zadel:

– is het zadel niet te lang voor je paard ( niet over de 18e rib)

– ligt het zadel in balans: dus niet voorover en niet achterover en ligt het recht op je paard

– knelt het zadel niet op schoft (2-3 vingers ruimte) en/of schouder

– is er voldoende ruimte voor de wervelkolom, ook in een wending

– is de vulling nog gelijk en niet te hard – controleer dit met je hand

– kun je de lepel bewegen, zit er beweging in de zadelboom, laat je zadel dan controleren

– kleppert of schuift het zadel tijdens het rijden

Twijfel je over de ligging van je zadel? Neem contact op met een gecertificeerd zadelpasser, om deze na te laten kijken. Deze vind je op www.vztd.nl