Theorie examen

Digitaal examen februari 2021

Voer uw email in:

1. Waarom zitten er aan een veelzijdigheidszadel 3 singelstoten?

 
 
 

2. Welke planten, bomen of struiken zijn zeer slecht voor het paard als het ervan eet?

 
 
 

3. Wat is ” weven”?

 
 
 

4. Hoe vaak ademt een paard in rust ongeveer?

 
 
 

5. Hoe herken je spierbevangenheid?

 
 
 

6. Welke gangen hebben een zweefmoment?

 
 
 

7. Hoe steek je met een groep ruiters een weg over?

 
 
 

8. Waarmee onderhoud je het leer van zadel en hoofdstel?

 
 
 

9. Moeten paarden die op stal staan elkaar kunnen zien?

 
 
 

10. Waardoor leert een paard het beste?

 
 
 

11. Hoe rijd je als enige weg van een groep andere paarden/ruiters?

 
 
 

12. Hoe moet je een paard dat altijd buiten loopt verzorgen?

 
 
 

13.

Je nadert een kruispunt van wegen van gelijke orde. Van rechts komt een voetgangen die over wil steken, en van links komt een fiets. Wie heeft opeenvolgend voorrang?

 
 
 

14. In een begrazingsgebied zie je een kudde runderen op het ruiterpad. Wat moet je doen?

 
 
 

15. Waarom moeten drinkbak en voerbak in de stal op ruime afstand van elkaar geplaatst zijn?

 
 
 

16. Waarom moet je zoveel mogelijk controle houden over het paard?

 
 
 

17. Waar zitten de lendenen van een paard?

 
 
 

18. Hoe kruis je te paard het beste een wandel- of fietspad?

 
 
 

19. Wat betekent het als een ruiter “lichtrijdt op het rechterbeen”?

 
 
 

20. Waarom neem je bij het buitenrijden soms de verlichte zit aan?

 
 
 

21. Wat wordt er verstaan onder ” zachte beengebreken”?

 
 
 

22. Tot welke groep verkeersdeelnemers behoor je als je met je paard in het verkeer bent?

 
 
 

23. Wat wordt bedoeld met de stokmaat?

 
 
 

24. Wat is de juiste volgorde van handelen bij het afslaan?

 
 
 

25. Waar zorgt de veiligheidshaak voor?

 
 
 

26. Wat betekent het bord “Eigen Weg”?

 
 
 

27. Waarom hou je als ruiter meer rekening met andere weggebruikers?

 
 
 

28. Hoe drijf je op de juiste manier een paard aan?

 
 
 

29. Je nadert als ruiter een kruispunt van wegen van gelijke orde en er nadert een auto van links. Wat kun je het beste doen?

 
 
 

30. Wat is voornaamste/meest voorkomende doel van hoefbeslag?

 
 
 

31. Wat is een kenmerk van het gezichtsvermogen van een paard?

 
 
 

32. Op welk been kun je tijdens een buitenrit het beste lichtrijden?

 
 
 

33. Wat zijn de kenmerken van een gezond paard?

 
 
 

34. Waaruit bestaat de voorgeschreven verlichting voor een ruiter?

 
 
 

35. Wat betekent dit verkeersbord?

 

 
 
 

Vraag 1 van 35