| Ruiterbewijs |
|
Voor veilig en verantwoord buitenrijden Het Ruiterbewijs houdt in dat de ruiter:
Het Ruiterbewijs is erkend door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit. De vaardigheden worden getoetst met een theoretisch en praktisch examen: Het theorie-examen bestaat uit 35 meerkeuzevragen waarvan de kandidaat er tenminste 28 goed moet beantwoorden om te kunnen slagen. Het praktijkexamen bestaat uit 2 delen. Eerst wordt er een rijproef afgelegd op een buitenterrein van tenminste 3000 m². De kandidaten moeten de voorgeschreven verrichtingen laten zien, zoals correct op- en afstijgen, been van het paard optillen, stap, draf (lichtrijden en doorzitten), galop (individueel en in de groep) draven zonder beugels, rijden met een hand, verlichte zit, enkele sprongen vanuit galop over een oxer van ca. 50 cm breed en 60 cm hoog en door een smalle doorgang rijden. Wanneer de kandidaat dit met goed gevolg heeft afgelegd, volgt de rit over de openbare weg, waarbij het gedrag van de kandidaat in verkeerssituaties getest wordt. In de route moeten diverse verkeerssituaties voorkomen, zoals weg en kruispunt oversteken, stilstaan, afslaan, toepassen verkeersregels, inschatten situaties e.d. |
