Harnachement

Harnachement tjidens het examen:

Het paard dient te zijn opgetoomd met een deugdelijk, goed passend en in behoorlijke staat van onderhoud verkerend rijzadel, hoofdstel en bit. Bitloos rijden is per 1 juli 2011 ook toegestaan. Voor de specificaties van bitten en bitloos rijden zie het KNHS-wedstrijdreglement springen klasse M (http://knhs.nl/objects/00012676.pdf) en onderaan de pagina.
Het zadel dient voorzien te zijn van ruime beugels. Om veiligheidsredenen mogen stijgbeugelriemen en stijgbeugels niet aan de singel worden vastgemaakt. Een deelnemer mag niet direct, noch indirect een deel van zijn lichaam aan enig onderdeel van het harnachement vastmaken.

Hulpmiddelen:
Alleen een losse martingaal is toegestaan. Alle andere hulpteugels (bijzet, slofteugel, gogues, oog/oorkleppen) zijn verboden.

Het gebruik van bandages is verboden.

Stompe sporen (max. tandlengte 4 cm.) en zweep (max. 70 cm.) zijn toegestaan. Gebruik van niet-toegestane hulpmiddelen (o.a. hulpteugels, dressuurzweep, scherpe sporen), of overmatig gebruik van toegestane hulpmiddelen - ter beoordeling van de examinator - heeft onmiddellijke uitsluiting tot gevolg, ongeacht of misbruik plaatsvindt tijdens het examen of enig ander deel van het examenterrein en bijbehorende accommodatie.

Hoofdstel/Bit/bitloos: conform wedstrijdregelement springen KNHS klasse M.

In de klassen B t/m M is het gebruik van een trenshoofdstel verplicht. Er mag gebruik gemaakt worden van een africhtings-, rechte-, Mexicaanse-, beugel-, gecombineerde neusriem en gecombineerde keel/neusriem. Daarnaast mag gereden worden met een trenshoofdstel zonder neusriem. De teugel(s) moeten aan het bit of direct aan het hoofdstel zijn bevestigd en dient/dienen te bestaan uit enkele of dubbele gladde leren teugel(s), dan wel een gevlochten, linnen of rubberen teugel. Bij het gebruik van een beugelneusriem is het niet toegestaan te rijden zonder bit. Wanneer de teugel direct aan het hoofdstel wordt bevestigd, is het niet verplicht een bit te gebruiken. De bakstukken van het hoofdstel mogen van “bontjes” worden voorzien, mits de totale dikte van bakstuk en bontje niet dikker is dan 3 cm.
b. Bitten dienen glad van uitvoering te zijn en zonder scherpe randen. Bitten mogen zijn vervaardigd uit metaal, kunststof, rubber of leer. Metalen trenzen omkleed met leer of kunststof zijn toegestaan. Het deel van het bit dat op de lagen rust moet tenminste een diameter van 1 cm hebben en moet braamvrij zijn. Scharen van bitten mogen op geen enkele wijze zijn vastgemaakt aan het hoofdstel of anderszins in hun vrije beweging belemmerd worden. De knevels van een kneveltrens mogen desgewenst aan het bakstuk van het hoofdstel worden bevestigt als het bakstuk is voorzien van voor dat doel bestemde passanten.Het gebruik van een tonglepel is toegestaan, mits dit braamvrij is. De tonglepel dient minimaal 5 mm dik te zijn. Het gebruik van rubberen bitringen is toegestaan. Het is toegestaan aan de bitringen een kinriempje te bevestigen (leren of gevlochten riempje min. 0.8 cm breed). Deze mag de kin niet afklemmen. Bitringen met twee sleuven of oogjes waar (boven) de bakstukken en (onder) de teugel aan bevestigd kunnen worden zijn toegestaan.

Toegestane bitten voor deze klassen zijn;
– bitten in bus- , water-, D- en kneveltrens uitvoering.
– Ongebroken, gebroken, dubbel gebroken bitten en bitten voorzien van een roterend mondstuk, een cilindervormige tussenschakel of een tongboog
– Pessoabitten voorzien van maximaal 1 ring onder de bitring. Wanneer gebruik gemaakt wordt van een pessoa-bit met meerdere ringen is het alleen toegestaan de grote bitring en de ring direct onder de bitring te gebruiken. Het gebruik van een “vorkje” dat de bitring en de ring eronder met elkaar verbindt en waar de teugels aan bevestigd worden is hierbij verplicht.
– Pelhambitten met een gebroken mondstuk. Het gebruik van een “vorkje” dat de twee bitringen met elkaar verbindt en waar de teugels aan bevestigd worden is hierbij verplicht.